Speech ISOC NL Bestuurslid Ruben Brave bij webinar MBZ en FreedomLab over Internet governance

Bestuurslid Ruben Brave heeft op uitnodiging van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en FreedomLab als vertegenwoordiger van ISOC NL gesproken over het onderwerp Internet governance. Specifiek ging het om het leveren van input op een recent position paper over dit onderwerp.

De speech, die voor een belangrijk deel tot stand is gekomen dankzij de input van de ISOC NL expertgroep leden en de ISOC NL bestuursleden, is in zijn geheel hieronder gepubliceerd. De eerste ISOC NL expertgroep sessie heeft zich op die manier effectief en inspirerend getoond. Het verslag van de sessie is hier te lezen.

Screenshot van de eerste ISOC NL Expertgroep Sessie.

Een ander onmisbaar onderdeel van de input werd gevormd door de inpute van ISOC NL lid Niels ten Oever, wiens ideeën in uitgebreide vorm te vinden zijn in zijn PhD Thesis, ‘Wired Norms, Inscription, resistance, and subversion in the governance of the Internet infrastructure’, die hier te vinden is.

Meer relevante links omtrent de besproken onderwerpen tijdens de webinar van het MBZ en FreedomLab zijn onderaan te vinden.

Keynote speech: ISOC NL Chapter, bestuurslid Ruben Brave (r.brave@board.isoc.nl)

Datum: 12/01/2020

Beste Ministerie van Buitenlandse Zaken en FreedomLab Thinktank,

Dank voor de uitnodiging om te spreken op jullie belangrijke webinar. Namens Internet Society Netherlands Chapter (ISOC NL) lever ik vandaag hieraan een bijdrage.

In lijn met de traditie van civil society organisaties is de feedback van vandaag mede tot stand gekomen middels een expert consultatie onder de leden van ISOC NL alsmede de bestuursleden van het Nederlandse chapter.

Onze reflectie behelst vier aspecten, te weten:

  1. Algemene feedback op position paper (resultaat)
  2. Specifieke feedback op enkele genoemde concepten
  3. Algemene feedback op het proces tot de paper
  4. Strategische denkrichtingen gerelateerd aan Internet governance en mensenrechten

Ten eerste is ISOC NL verheugd over het initiatief tot een position paper. En ook de position paper zelf is reden tot optimisme. Het Internet waar ikzelf sinds 1994 destijds als medeverantwoordelijke voor de eerste 50.000 abonnees van Planet Internet – de corporate startup van KPN – een groot voorstander van ben heeft immers tegenwoordig een immense impact de levens van burgers en bedrijven wereldwijd. De position paper komt ook op een bijzonder relevant moment. Er lijkt een crisis in de democratie of het bestuur van naties over de gehele globe maar er lijkt ook sprake van een soort Internet crisis. Daarover later meer maar het is goed om te lezen dat vrijwel elk hedendaags fenomeen genoemd wordt in de position paper.

Dat laatste vormt echter ook meteen de basis voor enige kanttekeningen, annotaties, op de paper. Er staat veel in maar er lijkt geen ordening in prioriteiten. Soms worden er ook concepten aangehaald of termen gebruikt zoals netneutraliteit, het beginsel dat internetproviders alle gegevens op het internet gelijk behandelen en niet discrimineren naar gebruiker, inhoud, website, platform, toepassing, soort aangesloten apparatuur of communicatiemethode.

Het is de mening van ISOC NL community leden dat dit niets te maken met contentmoderatie. Door gebruik van het woord netneutraliteit, kan er met ‘private techpartijen’ eigenlijk alleen maar ISPs bedoeld worden. Maar dat vinden velen onder ons lastig voor te stellen, want daar is geen aanleiding voor (er is in Nederland – sinds Planet Internet – geen ISP die doet aan contentmoderatie; dan zou de hele internetgemeenschap in rep en roer zijn). Wat er hier waarschijnlijk met private techpartijen bedoeld wordt betreft de grote partijen die het overgrote deel van de mediamarkt in handen hebben (met als belangrijksten: Google, Apple, Facebook, Amazon en een beetje Microsoft – oftewel GAMFA). De partijen die lang hebben volgehouden dat ze ‘slechts een platform’ zijn en geen verantwoordelijkheid kunnen dragen voor de content op hun platforms – ook al bepalen hun algoritmes welk deel van de content burger en bedrijven in hun feed krijgen. Bij die partijen is wel aanleiding om te spreken van ‘meer moeten conformeren aan publieke normen en regels’, iets waar we later ook nog terug komen. 

We hebben ook kanttekeningen inzake het juiste perspectief op de relevantie van key technologies zoals Quantum computing (staat nog erg in de kinderschoenen maar staat voor een potentiële informatiebom zodra de encryptie van reeds onderschepte maar versleutelde gegevens van landen en bedrijven door Quantum computing gekraakt kan worden en investeringen van de EU in de huidige staat van blockchain technologie verdampen). Verder is ISOC NL uiteraard een voorstander van open source software door de transparantie die dat faciliteert, maar kan zij zich inmiddels ook niet onttrekken aan de economische realiteit die bij open source niet bepaald effectief blijkt te zijn. Een gedegen service omgeving voor controle, beheer en deelname aan open source ontwikkeling is een harde noodzaak voor effectieve inzet van open source.

De term human centric lijkt uit de lucht te komen vallen maar kan zonder het juist perspectief ook leiden tot het vastlopen van Internet governance. Als we het internet human centric maken gaan we tegen governance structuren in om meer connectiviteit overal te creëren. Zonder gedegen investeringen (komt later nog aan bod) leidt dat tot een harde aanvaring met huidige internet governance structuren. Of het leidt tot macht en verantwoordelijkheden op plekken waarvan je je afvraagt of die daar wel thuishoren. Want als we louter human centric worden zullen we vrijheden moeten beknotten. Dat zie je over de breedte, zoals Twitter dat Trump van haar netwerk afgooit. In de ogen van criticasters is zijn freedom of speech gekortwiekt door een platform dat totale freedom of speech wil geven, maar nu opeens – zonder enig kader – als fatsoensmoderator optreedt. En voor AI tegen nepnieuws, hoe aantrekkelijk dat ook klinkt in de paper, is vooralsnog geen proof of concept. Hier wordt dus ineens een hele specifieke oplossing gegeven zonder gedegen analyse van het probleem. En zonder rekenschap te geven van hoe precair het is als daar AI voor ingezet wordt, maar ook dat de overheid gaat bepalen wat nepnieuws is.

We hebben inzake dat laatste een concreet voorbeeld van binnen ons annotatie platform MMGA (Make Media Great Again). MMGA is een – op het mede door ISOC ontwikkelde annotatie webprotocol gebaseerd – annotatie platform (zie slide 16) waarin gescreende en getrainde deskundige en/of kritisch denkende lezers (in Nederland alleen al honderden aanmeldingen) constructieve feedback, kanttekeningen cq annotaties kunnen geven aan high-impact nieuwssites over het gebruik van bronnen en andere kwaliteitsaspecten van nieuwsartikelen om misinformatie te corrigeren en desinformatie te bestrijden. NU.nl en AD.nl, twee van de ‘Big Four’ grootste Nederlandse online nieuwsplatformen, hebben zich onlangs aangemeld als partner. Binnen de ISOC NL MMGA annotator community zijn er tientallen geëngageerde journalisten, wetenschappers, softwareontwikkelaars en andere professionals, die een ethische en inclusieve gedragscode volgen en getraind worden in journalistieke principes en constructieve feedback.

Toen er echter geannoteerd werd op een van de meest populaire nieuwsberichten op NU.nl inzake uitspraken van Minister Blok over de ‘failed state’ status van Suriname bleek dat er mogelijk sprake was het verspreiden van desinformatie. Analyse uit door annotators aangehaalde bronnen leidde tot de database van Fund for Peace wat de failed status (tegenwoordig fragile state) van landen bijhoudt en de uitspraken van Blok tegensprak (zie slide 47). Een dergelijke analyse tot fact- en argumentchecking ontbrak in de traditionele media.

Dit voorbeeld geeft aan dat er wel degelijk tegengas kan worden gegeven tegen dubieus gebruik van impactvolle online media als er creatief wordt omgegaan met technologie en menselijke inzet en reeds bestaande internet governance structuren.

Maar er is wel degelijk iets aan de hand met Internet governance.

Een grote verscheidenheid aan wetenschappers uit antropologie, sociologie, wetenschappelijke en technologische studies en internationale betrekkingen, hebben de impact van het beheer van de internetinfrastructuur op rechten en vrijheden bestudeerd. Er is dus volop discussie over de waarden van de vroege internetontwikkelaars, en de manier waarop internet infrastructuur wordt gebruikt om bestuursdoelstellingen te bereiken. Hierdoor en door de toenemende invloed van de Internet infrastructuur op de samenleving, hebben wetenschappers gevraagd of sociale normen en waarden moeten worden vastgelegd door middel van Internet governance, en zo ja, hoe dit moet worden gedaan. Tot dusver zijn er echter beperkte systematische onderzoeken geweest naar de manier waarop sociale en juridische normen en waarden tot stand komen ingeschreven in de internetinfrastructuur door middel van transnationaal Internetbeheer.

(De volgende alinea’s en concepten zijn overgenomen uit de PhD thesis van Niels ten Oever, ‘Wired Norms, Inscription, resistance, and subversion in the governance of the Internet infrastructure’, die hier te vinden is).

“The sociotechnical imaginary in Internet governance allows different stakeholder groups to work together, while an embedded guiding norm instructs participants in the private Internet governance regime to increase interconnection. While it seems that private Internet governance is an encompassing system, actually the strength of this system of meta governance is the narrow remit of the norm regime, which allows it to reject the introduction of social and legal norms, such as human rights and data protection, that hamper the increase of interconnection between networks and devices.

The guiding norm of voluntary interconnection provides a very clear evaluation grid for the introduction of new norms. It allows for the inscription of the social norms of human rights in the Internet infrastructure, but only as far as it results in more interconnection.

This means that the introduction of social and legal norms that hamper the increase of interconnection will be resisted, and that existing norms that hamper the increase of interconnection will be subverted. At the same time, the sociotechnical Internet architecture imaginary legitimizes the private Internet governance regime and facilitates cooperation within it.

intermediary conclusion (1)

The sociotechnical Internet architecture imaginary and its self-regulatory governance model have not been able to safeguard freedom and equality of researchers, small companies or individuals to innovate on the Internet protocol level. Permissionless innovation, for the purpose of retaining openness, has undermined itself and the end-to-end principle.

Intermediary conclusion (2)

Corporate interests have become a first-order consideration for protocols to be adopted and implemented. Political conceptions of the architectural imaginary are fading into the background.

Intermediary conclusion (3)

The importance and size of the Internet architecture has only grown, and with it its societal implications. Societal implications are not structurally considered.”

We vinden het dan ook jammer dat Internet Society Nederland relatief laat in het denkproces rondom de positioning paper is betrokken. Wellicht is er nog ruimte tussen de paper en de definitieve versie van beleidsadviezen zoals genoemd in sectie D inzake de beleidsopties voor Nederland.

Strategische denkrichtingen vanuit ISOC

  1. De paper laat zien hoe internet governance een amalgaam is van ideeën, mensen en technologie. De focus op alle meningen zorgt voor een Babylonische spraakverwarring. We moeten ons realiseren dat internet bestaat uit private netwerken die ook weer uit verschillende lagen bestaan. Teken al die lagen uit en focus je binnen elk van die lagen op de democratische waarden en faciliteer de input van de burger. De concrete casus van MMGA toont hoe effectief het werkt als een oude technologie creatief wordt toegepast. Dat past ook in onze lijn van advies: ga niet opnieuw aan de slag om zogenoemde nieuwe digitale mensenrechten te designen maar pas bestaande mensenrechten (freedom of speech, freedom of thought) creatief toe en stel middelen ter beschikking voor de handhaving daarvan. Immers alle vrijheden die gerelateerd zijn aan mensenrechten hebben ook weer de kanttekening dat er nimmer sprake is van een absolute vrijheid. Vrijheden kunnen worden beperkt als er bijvoorbeeld sprake is van verstoring van de openbare orde. Bij een aantal artikelen in de grondwet staat dan ook: ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’. Dat betekent dat een beperking van een grondrecht door de overheid soms mogelijk is.
  2. Door de nogal klassieke benadering van mensenrechten (lichaam) ontstaat snel de neiging tot het ontwerpen van nieuwe digitale mensenrechten. Er zijn al krachtige principes uitgewerkt maar die worden niet creatief toepast of gehandhaafd. Dat geldt ook voor facilitaire aspecten van het internet zoals cyber security waarbij een belangrijke partner zoals de verenigde staten ook niet 100% scoort op de laatste veiligheidsprotocollen. Het Platform Internetstandaarden waar onder andere SIDN, het Ministerie van EZK en ISOC aan deelnemen is hiervan een voorbeeld. Het doel van het platform is om gezamenlijk het gebruik van moderne internetstandaarden verder te vergroten om daarmee het internet voor iedereen toegankelijker, veiliger en betrouwbaarder te maken. Het platform is een samenwerkingsverband van partijen uit de Internetgemeenschap en de Nederlandse overheid. Landen zouden elkaar daar wat meer op kunnen aanspreken en Nederland zou een voorbeeldfunctie kunnen bekleden (de site van Buza scoort nagenoeg 100%). Burgers hebben recht op een een vrije en veilige communicatie met overheden met name als het kernpartners van Nederland betreft zoals Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk waarvan geen van de overheidssites een volledige score heeft. Om dan niet te spreken over Rusland, dat scoort namelijk nog geen 2 op een schaal van 1 tot 10.
  3. Investeer opnieuw in de expliciete inbreng van mensenrechten in het re-design en beheer van Internetprotocollen door mensen en middelen ter beschikking te stellen voor kennisinstellingen en investeer in opleidingen voor functionarissen inzake internet governance waarbij de mensenrechten zijn meegenomen.

——————————————————————————————————————–

We nodigen onze leden uit te reageren op deze punten en horen graag of we enkele punten gemist hebben. Reageren kan door een reactie te plaatsen onder het artikel of door te mailen naar communitymanager@staff.isoc.nl.

Meer interessante links voor verdere verdieping in de bovenstaande onderwerpen:

1. Over de commercialisering van het ontwerp van internet-protocollen en de almaar terugtrekkende overheidsfinanciering van publiek gefunde academici om daar een bijdrage aan te kunnen leveren:

– https://www.internetsociety.org/wp-content/uploads/2017/08/Human20Rights20and20Internet20Protocols-20Comparing20Processes20and20Principles.pdf
– https://www.nrc.nl/nieuws/2020/09/15/help-het-internet-breekt-in-tweeen-a4012056– https://nielstenoever.net/wp-content/uploads/2020/09/WiredNorms-NielstenOever.pdf
– https://www.apc.org/en/news/exploring-impact-internet-protocols-and-architectures-human-rights
– https://irtf.org/hrpc

Een onderdeel hiervan wordt Diversity & Inclusion:

– https://www.researchgate.net/publication/276042905_Translating_diversity_to_Internet_governance– https://www.internetgovernance.org/2018/10/29/igf-embracing-inclusion-excluding-internet-governance/
– https://dig.watch/resources/igf-2020-ws-105-designing-inclusion-policies-internet-governance

In het bijzonder aandacht voor Internet Access als mensenrecht:

– https://www.vice.com/en/article/3kxmm5/the-case-for-internet-access-as-a-human-righthttps://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/334446/wang.pdf?sequence=1.
– https://www.un.org/en/chronicle/article/government-policy-internet-must-be-rights-based-and-user-centred– https://scholarworks.gvsu.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=1352&context=honorsprojects– https://www.theregister.com/2012/01/05/vint_cerf_internet_not_right/

2. Over de concrete casus van MMGA annotaties (die verspreid worden middels het annotatie-protocol) waarin is aangetoond dat Minister Blok desinformatie verspreidde (ic artikel https://www.nu.nl/politiek/5370869/minister-blok-ik-ken-geen-multiculturele-samenleving-vreedzaam-is.html). De overweging, gezien de kans op censuur en politiek agenda’s van regeringspartijen, is dan ook of contentmoderation niet een meer prominente taak moet worden van de civic society organisaties.

3. (Key enabling) technologies: 

a) cybersecurity:
– https://www.internetsociety.org/blog/2020/01/major-initiatives-in-cybersecurity-shows-everyone-can-contribute-to-trust/
– https://www.internetsociety.org/blog/2020/12/dont-institutionalize-the-internet/– https://www.weforum.org/press/2020/01/new-internet-security-principles-developed-with-world-economic-forum-to-help-protect-up-to-1-billion-users/

b) quantum-computing: trust providing technologies als blockchain