Hoe komen algoritmes, een stoffig museum, en innovatie samen?

Het museum dat niet wil beleren, maar wil activeren

Door Camilla Nieman, Community Manager ISOC NL

Leestijd 8 minuten

Ansichtkaarten van het Algoritmisch Historisch Museum. Foto: SETUP.

Dit jaar ging de Eervolle Vermelding van de ISOC NL Innovatie Award naar het Algoritmisch Historisch Museum, een van de projecten van medialab SETUP.

Het gaat hier om een in 2017 geboren fysiek, rondreizend museum waarbij objecten worden getoond uit een fictief verleden (echter wel gebaseerd op waargebeurde Nederlandse historische thema’s zoals de Verzuiling). Er is van het fictieve idee uitgegaan dat in die tijden al algoritmes bestonden die de maatschappij beïnvloedden. Denk bijvoorbeeld aan een Verzuilingstinder. (Lees hier meer over het achtergrondverhaal van het Algoritmisch Historisch Museum).

Welke rol heeft het concept van innovatie gespeeld bij het bedenken en uitwerken van dit project? Hoe is dat proces überhaupt gegaan? En is het project een succes in de ogen van de bedenkers?

Hierover ging ik in gesprek met Casper de Jong, curator van het museum, en Jelle van der Ster, algemeen directeur van medialab SETUP.

Innovatie

Ik zal meteen met de deur in huis vallen: innovatie was niet onderdeel van het doel dat Casper en Jelle zichzelf hebben gesteld toen het idee voor het Algoritmisch Historisch Museum werd geboren. Het doel was om mensen over de impact van technologie op hun leven te laten nadenken en te doen inzien dat technologie niet neutraal is.

Volgens hen kan innovatie pas tot stand komen als er een stapje terug wordt gedaan en werkelijke problemen worden onthuld die opgelost dienen te worden. Anders is technologie ‘jongetjes die dingen bouwen met programmaatjes’. Paradoxaal genoeg worden vaak meer problemen veroorzaakt dan opgelost door niet goed doordachte technologie.

Jelle: We verliezen onszelf nu te vaak in nieuwe dingen maken en uitproberen onder het mom van innovatie, waardoor we de problemen waar we voor staan eigenlijk niet aan het oplossen zijn. Uiteindelijk gaat het over de kwaliteit, niet over de originaliteit per se. Innovatie betekent ook samen werken aan een nieuwe, betere wereld. Egoloze innovatie noem ik dat.

Dat is een erg interessant concept. Het staat in contrast met het idee van ‘vooruitgang’ dat vaak gepaard gaat met ideeën over technologie en vaak in één adem genoemd wordt met ‘innovatie’.

Jelle: In mijn ogen is IT die gelijk staat aan innovatie twijfelachtig. Al snel gaat het als je in de IT zit over: ‘Hoe kunnen we deze techniek inzetten om iets te maken of iets op te lossen?’ Dat is dan de aanvaarde modus operandi in plaats van dat er een stap terug wordt genomen en wordt gevraagd: ‘Waar hebben we het eigenlijk over?’

Zo gaat het nu bijvoorbeeld ook bij de corona app: we zien een probleem op ons afkomen, waarop de reactie is om techniek in te zetten om het op te lossen. Er wordt nagedacht vanuit de operatie, in plaats van de diepere vraag te stellen: ‘Wat willen we oplossen?’

Het resultaat is dan dat je doet wat je altijd doet, terwijl als je wil innoveren je juíst niet moet blijven doen wat je al doet. Je moet op een andere manier na gaan denken om innovatie teweeg te brengen.

Casper: Het is zelfs zo dat hoe meer ondoordachte, probleemoplossingsgerichte technologie er wordt ontwikkeld, hoe meer problemen er ontstaan die je moet oplossen. Een soort vicieuze cirkel.

Geschiedenis als kader

Dat stapje terug hebben Casper en Jelle met het team erg letterlijk genomen door de geschiedenis als kader te nemen voor hun project.

Er is bewust vanuit de paradox gewerkt om aan de hand van historische thema’s bezoekers van het museum aan het denken te zetten over de impact van technologie op hun eigen leven.

De thema’s die hiervoor zijn gekozen komen opzettelijk uit de Nederlandse geschiedenis, om zo meer binding met het publiek te creëren. Door het dichterbij huis te houden wordt het concreet en herkenbaar gemaakt. De drie thema’s zijn de slavernij, het vrouwenkiesrecht en de Verzuiling, maar dan in de context van ‘what if history’.

Casper: Veel mensen denken in het dagelijkse leven niet over algoritmes na. Om die bezoekers te trekken hebben we ingezet op opvallende objecten, waardoor ze in eerste instantie binnenkomen door de esthetiek van het museum. Dat is een van de redenen achter het fysieke karakter van het museum: je kunt mensen trekken die al ergens rondlopen en zo op het museum stuiten.

Bovendien wordt de aantrekkingskracht vergroot door de keuze voor Nederlandse thema’s. Cambridge Analytica is verder weg, een ‘Ver van m’n bed show’. Dat maakt het misschien minder relevant in het persoonlijke leven van velen. En toch wordt men er in Nederland zeker mee geconfronteerd. Denk bijvoorbeeld aan het inmiddels verboden Systeem Risico Indicatie waarmee gemeenten bijstandsfraudeurs probeerden op te sporen door allerlei verschillende soorten informatie aan elkaar te koppelen. Of de risico-analyse die UWV uitvoert op de mensen die van hen een uitkering ontvangen.

Deze keuze leidde er overigens toe dat er extra voorzichtig om moest worden gegaan met de uitspraken die worden gedaan in de expositie, al zijn ze fictief. Er moet op een respectvolle manier met die historische thema’s om worden gegaan.

Casper: Bij het Algoritmisch Historisch Museum is bewust gekozen voor het fictieve karakter van het museum. Het lastige hierbij is dat we het wel over zware thema’s hebben, zoals slavernij. De nuance bij het maken van de expositie lag heel erg op: ‘Hoe ga je het erover hebben? Hoe gebruik je het thema zonder het leidend te laten zijn maar ook niet in diskrediet te brengen?’

We hebben daarom onderzoek moeten doen over het slavernijverleden en de daarbij horende terminologie. Je kunt niet lukraak termen gooien, want het is geen lukrake wereld. We hebben zelfs het Tropenmuseum om hulp gevraagd hiervoor.

Fictieve objecten gerelateerd aan het Nederlandse slavernijverleden, met in het midden een fictieve soort ‘FitBit’. Foto: SETUP.

Museumconcept

Nog een paradox waarmee het Algoritmisch Historisch Museum speelt is de vorm: het gaat hier niet om een modern wetenschapsmuseum, maar juist om een stoffig, ‘oubollig’ museum.

Casper: Wat wij hebben geprobeerd is om het zo stoffig mogelijk te maken en zo het concept van het museum van dertig jaar geleden te volgen met MDF kasten en documenten in gebonden leer, maar juist met een relevant en hip thema. Hiervoor hebben we ook kunstenaars en ontwerpers gevraagd om hun inbreng.

Belangrijkste is dat het fysiek aanwezig is en op meerdere plekken te zien, niet alleen in de context van kunst- en ICT beurzen. Ook waar je het niet verwacht. Een grotere doelgroep die je anders niet zou bereiken komt er op die manier mee in aanraking. We waren bijvoorbeeld op de Dutch Design Week in Eindhoven maar ook in het stadhuis in Den Haag. Door het museum een digitale vorm te geven zou je een doelgroep bereiken die toch al geïnteresseerd is in dergelijke kwesties.

We wilden het bovendien fysiek maken omdat spelen met het concept van echt en niet echt beter werkt als het tastbaar is.

Als je binnenkomt zie je borden met historische fictie en historische feiten naast elkaar, een soort ‘disclaimer’ aan het begin van het museumbezoek. Er is ook een intro film gemaakt om uitleg te geven over het idee achter het museum. Toch blijkt het dat er eerst drie stappen nodig zijn voordat mensen de borden lezen voor context, maar de verwarring tussen wat echt en niet echt is begint vrijwel meteen.

‘Disclaimer’ borden bij de ingang van het museum. Foto: SETUP.

Bij de fictieve objecten is er wel altijd een haakje naar iets dat vandaag gebeurt, zoals fictieve armbanden die kunnen slaan op de fitbit van vandaag. Een ander voorbeeld is de veelgebruikte Verzuilingstinder, of ‘Rekenbezegelaar’ waar je op een ouderwetse manier kunt aangeven wat voor soort partner jij bent (“hoeveel missen heb je gemist” en “ wat doet je vader” zijn enkele parameters die je in het apparaat invult om jezelf te laten matchen aan een potentiële liefdespartner). (Lees in dit artikel van Historiek meer over de objecten en historische kaders).

De ‘Rekenbezegelaar’, een soort Verzuilingstinder. Foto: SETUP.

Er is ook hier dus weer spraken van een afwijking van de norm: het doel van het museumbezoek is anders dan het typische museum dat wil beleren en de ‘juiste’ uitleg wil geven.

Casper: Mensen moeten zelf dingen ondervinden. Het mooie is als eigen tekortkomingen in kennis over een bepaald thema worden ervaren en mensen zo worden aangewakkerd zich ergens verder in te verdiepen. Ik heb gesprekken gehad met bezoekers die zelf de impact van algoritmes op hun leven gingen herkennen uit hun eigen Facebook profiel en de reclames die zij daar aangeboden kregen aan de hand van targeting.

Het ‘aha-moment’ moet binnenkomen. Mensen zullen het zo sneller verder vertellen. Je wil niet dicteren en dat mensen vervolgens jouw verhaal simpelweg navertellen.

Normaliter als je naar een museum gaat denk je: ‘Ik ga iets leren over het onderwerp van de expositie en ik geloof de curatoren van dit museum.’ Maar het Algoritmisch Historisch Museum ga je sceptisch in: ‘Er zit hier iets…’ Dus je gaat veel meer informatie erbij zoeken om na te gaan of je gelijk hebt. Je gaat er kritischer in en analyseert wat je tegenkomt sneller dan bij een ander museum. Je wordt geactiveerd om je eigen perspectief te vormen. Mensen gaan zelf nadenken in plaats van in het warme bad van de meester te gaan staan.’

Een mooie paradox

Het Algoritmisch Historisch Museum laat ons op een onconventionele manier naar innovatie kijken en de rol ervan bij technologie-gerelateerde initiatieven heroverwegen. Volgens het team achter het museum hoeft innovatie namelijk niet een leidende rol te hebben bij zulke projecten; sterker nog: het doel is om tot egoloze innovatie te komen. En juist dat maakt het winnen van de Eervolle Vermelding bij de ISOC NL Innovatie Award door het Algoritmisch Historisch Museum zo mooi paradoxaal.