Masterclass Netpolitiek: Een Terugblik

Foto’s en tekst: Sara Spaargaren

Artificial Intelligence, 5G en tracking-apps: de werking van het internet, en de technologieën die er achter schuilen, zijn voor de meesten onder ons moeilijk te doorgronden. Maar hoe kun je adequaat oordelen over iets wat je niet écht begrijpt?

In het najaar van 2019 vond de derde reeks van de Masterclass Netpolitiek plaats. Een groep van 30 mensen, geselecteerd omdat ze keuzes maken over de samenleving en/of technologie, verdiepte zich onder begeleiding van Paul Suijkerbuijk in de wereld van internetpolitiek. Dit gedurende 7 avonden die in het teken stonden van kennisoverdracht en interactie. Elke avond werd gehost door een andere maatschappelijke organisatie uit de internetwereld.

Stap 1: Stel vragen over (internet)technologie

Deze blog biedt een inkijkje in het curriculum van de afgelopen masterclassreeks, aan de hand van een aantal vragen die de revue zijn gepasseerd. Want stap één is het stellen van gerichte vragen over het internet en de maatschappelijke effecten ervan. Technologie is immers niet neutraal en dient te worden bevraagd om tot onderbouwde keuzes te komen.

a. Hoe werkt het eigenlijk?

Niels ten Oever (Datactive, ISOC) schudde tijdens zijn avond over Internet Governance zo 30 fundamentele internettermen uit zijn mouw. IP-adressen, bijvoorbeeld. Deze zijn bedacht door Tim Berners-Lee, mede-oprichter van het World Wide Web, wat tot op heden de meest bekende variant van het internet is. En waarschijnlijk de enige variant die gemiddelde Nederlander kent.

Niels ontsteeg met zijn fascinerende pleidooi de terminologie, en zocht verdieping in de achterliggende machtsstructuren. Het internet speelt zich af tussen de wet, maatschappelijke waardes, de technische architectuur en de markt. De bedenkers van het internet, zoals Berners-Lee, droomden van een vrij toegankelijke bron van informatie voor allen. Deze visie is, ruim 30 jaar later, veranderd in een doolhof van commerciële belangen.

Niels ten Oever naast een flipboard met afkortingen van internetterminologie. Foto: Sara Spaargaren (BY-NC-SA)

b. Wat betekent dit voor onze samenleving?

Op deze gedaanteverwisseling van het internet borduurden Marleen Stikker en Sander van der Waal van Waag tijdens hun avond voort. Sinds de jaren ‘90 is het internet in plaats van een vrije open ruimte een dichtgetimmerde zwarte doos geworden. Hun conclusie: het internet is stuk. Dit ligt niet aan de onderliggende technologie, maar aan het verdienmodel waar die technologie voor wordt ingezet.

Publieke waarden moeten ook worden vertegenwoordigd in de (internet)technologieën die we gebruiken. Momenteel ruilen we onze data gedachteloos in voor gratis gebruik van bijvoorbeeld Whatsapp. Het pleidooi van Waag: vervang deze technologieën voor een ethische variant, zoals Signal, die jouw gedrag bewust níet volgen. Dit soort alternatieven zijn op alle niveaus van technologie mogelijk, dus ook op netwerk- en hardware niveau. Waag verenigt allerhande ethische alternatieven in hun Public Stack.

Een specifieke (internet)technologie waar Sander en Marleen verder op verdiepten, zijn slimme algoritmes. De impact van deze algoritmes op de samenleving groeit; zie de gezichtsherkenningssoftware die wordt ingezet tegen diefstal. Hoewel artificial intelligence in veel hoeken van de maatschappij opduikt, weten we zelf nog erg weinig over de achterliggende principes. Maar hoe garanderen we dan dat dit soort technologie eerlijke resultaten produceert? Juist, niet.

Marleen Stikker vertelt aan de hand van ‘Anatomy of an AI system’ van Kate Crawford. Foto: Sara Spaargaren (BY-NC-SA)

c. Hoe denkt een ander hier over?

Interactie stond hoog in het vaandel gedurende de reeks bijeenkomsten: deelnemers werkten in Cryptpad aan een gezamenlijk verslag van de masterclassreeks, konden hier notities maken, elkaar en de sprekers vragen stellen, verwijzingen naar bronnen terugvinden en afspreken om samen een hapje te gaan eten. Daarnaast had de laatste bijeenkomst de structuur van een unconference. Hierdoor kon iedereen vragen aandragen en in discussie gaan tijdens toegespitste sessies. Bijvoorbeeld: ‘Waarom is de verschuivende machtsverhouding naar Big Tech geen onderwerp van discussie bij de regering?’, of ‘Hoe stoppen we de dataficering van de samenleving?’.

Unconference vragen van deelnemers. Foto: Sara Spaargaren (BY-NC-SA)
Gezamenlijk verslag van de masterclassreeks op Cryptpad. Foto: Sara Spaargaren (BY-NC-SA)

Stap 2: Wees praktijkgericht

Zowel bij de unconference als bij vele andere avonden, kwam de beperkte politisering van dit onderwerp naar voren. Waarom lijkt privacy bijvoorbeeld geen issue te zijn voor de gemiddelde burger? Ik heb niks te verbergen, zo luidt het standaard argument. Hans de Zwart, toen nog directeur van Bits of Freedom, legde aan hand van hun succesvolle campagne over de Sleepwet (officiëel de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017) uit hoe moeilijk het is om maatschappelijk draagvlak te creëren voor dit soort kwesties. Gelukkig werden hun vragen toentertijd opgepikt door Arjan Lubach. Het referendum dat volgde is geschiedenis.

Het creëren van draagvlak kwam op een andere wijze terug bij de avond van Netwerk Democratie over e-democratie en participatietools. De inzet van digitale middelen bij het vormgeven van beleid en besluitvormingsprocessen is nog zeer beperkt. Om te laten zien hoe dit in de praktijk kan bijdragen, wijdde May-Britt Janssen van de Gemeente Amsterdam uit over hun begrotingstool De Stem van West.

Andere praktijken die aan bod kwamen waren platform liability door Maarten Zeinstra van Open Nederland en digitale transparantie van de overheid door Lisette Kalshoven en Benjamin W. Broersma van de Open State Foundation.

Stap 3: Neem deel aan de volgende Masterclass Netpolitiek!

Dit najaar start een nieuwe editie van de Masterclass Netpolitiek. Heb je interesse in deelname? Stuur een mailtje naar netpolitiek@protonmail.com en we laten het je weten zodra de aanmelding is geopend. Voor meer informatie, ga naar www.masterclassnetpolitiek.nl.

Quote van Giovanni Buttarelli, voorheen European Data Protection Supervisor. Foto: Sara Spaargaren (BY-NC-SA)